Geschiedenis

In 1913 werd het herstellingsoord Dekkerswald geopend. Het complex, naar ontwerp van architect Cuypers, was gelegen in de hooggelegen bossen van Groesbeek en ideaal georiënteerd op de zon. In loop der jaren groeide Dekkerswald uit van een centrum voor tuberculosepatiënten naar een uitgebreid medisch centrum. Er bestaat nauwe samenwerking met het UMC St Radboud, de Radboud Universiteit en diverse zorginstellingen voor onder meer geriatrische patiënten, begeleiding van ongeneeslijk zieke mensen en scholing voor kinderen met een auditieve of communicatieve handicap.
Het terrein van Dekkerswald is circa 85 ha groot en wordt grotendeels omgeven door een hekwerk. Het bebouwde deel heeft een oppervlakte van circa 20 ha.

Oorspronkelijke structuur
De eerste bebouwing van Dekkerswald ligt ideaal georiënteerd op de zon. De hoofdas van het complex ligt scheef in het orthogonale systeem van de bossen. Enkele gebouwen volgen wel het rechthoekige systeem. Het complex is gelegen op de hogere delen van de heuvelzone tussen Nijmegen en Groesbeek. De Nijmeegsebaan is deels ingegraven ter hoogte van Dekkerswald, om de helling in de weg te nivelleren. In het verleden waren de heuvels minder begroeid met bomen en was er meer heide aanwezig. Vanaf het hoofdgebouw kon men toen de rivier de Maas zien liggen. Rond het hoofdgebouw was alle oorspronkelijke begroeiing verwijderd en had het gebied een parkachtige invulling met losse bomen in een glooiend gazon.

Nieuwe opzet
Bij de gedachtevorming over de nieuwe opzet van het gebied wordt de oorspronkelijke structuur van het gebied als uitgangspunt genomen. In de loop der tijd is steeds meer afgeweken van de heldere opzet uit het verleden. Een hoogtekaart met het oorspronkelijke hoogteverschil laat zien dat de historische bebouwing gesitueerd was op het relatief vlakke deel van een heuvel. De oorspronkelijke ontsluitingsweg naar het hoofdgebouw volgde exact de hoogtelijnen om zo min mogelijk hinder te hebben van hoogteverschillen op het terrein. Later zijn wegen verlegd of zelfs geheel verdwenen. De bebouwing dateert uit verschillende perioden en is erg divers. Met uitzondering van de oorspronkelijke gebouwen (nu aangewezen als monument) hebben ze over het algemeen weinig architectonische kwaliteit. Doordat gefaseerd veel bebouwing wordt geamoveerd ontstaan mogelijkheden om deels weer terug te grijpen op de historische richtingen van het terrein. Dit versterkt het karakter van het terrein.